Bonificatiepunten

Ondanks de pijn, het zweet in zijn ogen en de brandende zon ging Bart door.
Staand op de pedalen beklom hij de berg.
Halverwege leek de top nog even ver als bij de start. Hij kwam niet dichterbij zijn voorligger, al liep die ook niet verder op hem uit.
‘Kom op, Bart, doortrappen. Je kunt het, wij kunnen het…we pakken hem.’
Hij hoorde de stem van zijn vader naast zich. Zag vanuit een ooghoek het voorwiel van diens witte Scott Addict 20 en voelde een hand op zijn rug. ‘Even een duwtje en dan verder, jongen. Samen klaren we deze klus wel.’
Samen, dacht Bart, er is geen samen meer, pap. Je bent verdomme al drie jaar dood. En als ik niet win, is het vandaag míjn laatste dag.
Hij kneep in zijn stuur en trapte zo hard hij kon. De stem en het voorwiel vervlogen in de hitte, maar de hand in zijn rug meende hij nog steeds te voelen.

Zijn ongeloof over de uitnodiging was bijna groter geweest dan zijn huidige verwarring over de gebeurtenissen van de afgelopen dagen.
‘Yo Bart, hoe gaat-ie?’ vroeg Michael vlak voor hun laatste officiële les in de gang van het Spinozalyceum.
‘Na de examens gaan we naar Frankrijk. Overdag de route van de Tour de France fietsen en ’s avonds helemaal los op de camping. Lekker zuipen en achter de chickies aan. Ga je mee? Echt iets voor jou, man.’
Het was de tweede keer sinds de brugklas dat Michael hem aansprak. Destijds bleef het bij ‘opzouten, eikel’ en kreeg Bart een stomp tegen zijn schouder.
Daarna negeerden Michael en zijn vrienden hem gewoon structureel. Alsof hij zelfs niet aantrekkelijk genoeg was voor hun dagelijkse getreiter.
‘Uh, nou ja…ik weet niet of…tsja, ik fiets niet eh…zo vaak meer,’ zei Bart en hij sloeg zijn ogen neer.
‘Tuurlijk wel. Met je pa toch? Oud-prof is het niet? Maar goed, laat het ons uiterlijk volgende week even weten. Leuk als je meegaat, man. Hé later, pik.’
Michael liep de klas in en ging op de achterste rij bij zijn maten zitten. Ze smoesden wat, keken naar Bart en barstten in lachen uit.

Op dat moment had hij moeten besluiten om niet mee te gaan, maar deed dat niet. Bart verafschuwde het alternatief; een lange zomer thuis met zijn moeder en jongere zusje. Zij waren twee handen op een buik en leidden hun eigen leven. Niet alleen op school was Bart onzichtbaar.
Hij nam een slok uit de bidon en spoot een straal water in zijn gezicht.
De busreis naar Frankrijk had zijn eerdere twijfels weggenomen. Michael en de vijf andere organisatoren toonden zich aangename gastheren. Ze praatten, dolden en dronken bier met iedereen. Geen deelnemer werd overgeslagen.
Bart had moeten zien dat het slechts schijn was. Dat hij en de andere jongens, afkomstig van verschillende scholen, niet gevraagd waren vanwege hun sportieve prestaties, coole uitstraling en sociale vaardigheden.
Hij zag het niet en de roes duurde enkele dagen. Tot de avond van het kampvuur op camping Municipal d’Uzurat in Limoges. De avond van de eerste executie.

De hand van zijn vader bleef hem omhoog duwen en Bart zag dat hij Luuk, een roodharige puber met bolle wangen en vrolijke lach, steeds meer naderde.
Hij trapte met zoveel kracht dat het leek of zijn spiermassa vloeibaar werd en als kokend vocht uit zijn verzuurde benen kwam lopen. Een paar meter nog en dan kon hij Luuk aanraken.
Bart dacht aan de woorden van Michael bij het kampvuur in Limoges.
‘Jullie zijn een stelletje mietjes, dus hebben we besloten om de spelregels te veranderen. Vanaf vandaag gelden er bonificatiepunten voor de winnaar van een etappe. Als beloning mag hij de rode lantaarndrager van de dag…terechtstellen.’
De deelnemers keken elkaar met grote ogen aan. Ze mompelden en gniffelden en een jongen fluisterde: ‘Dit is vast een geintje. Toch?’
‘Koppen dicht,’ schreeuwde Michael, ‘we zijn bloedserieus.’
Hij haalde een pistool uit zijn zak en richtte dat op de winnaar en de verliezer van de etappe. Zijn vrienden hielden de groep onder schot.
‘Meekomen,’ snauwde Michael de twee jongens toe, liep het bos met ze in en kwam met de huilende winnaar terug. Het werd een ritueel dat zich dagelijks herhaalde.
Bart fietste nu naast Luuk. Hij zag het ravijn naast de weg en strekte zijn arm.
Het was niet zijn hand. Het was de hand van papa.
Met de tranen van een winnaar reed hij de laatste kilometers alleen, terwijl de schreeuw van Luuk naklonk in zijn oren.

* Dit verhaal is ingestuurd voor de Spannende Schrijfwedstrijd onder leiding van juryvoorzitter Simon de Waal in het kader van de Spannende Boekenweken 2017.